Ma’an is een stad in het zuiden van Jordanië, de hoofdstad van Ma’an bestuur. Beschavingen met de naam van Ma’an bestaan al sinds ten minste de Nabateese tijd. De stad is een belangrijk transportknooppunt gelegen op de oude King’s Highway, en ook op de moderne Desert Highway.
In de pre-islamitische tijden werd Ma’an bewoond door de Ghassaniden, die Farwa Al-Juthamiyy installeerden als Emir van Ma’an. De Ghassanide koninkrijk was onder de invloed van het Byzantijnse Rijk, en volgde het christelijk geloof. Na de Slag bij Mu’tah, werd Farwa ervan beschuldigd dat hij moslim was. De Ghassaniden hebben Farwa gearresteerd en hem gekruisigd, in de buurt van de Afra warmwaterbronnen. Als antwoord, stuurde de nieuw gevormde Moslim-staat in Medina een leger onder leiding van Zaid bin Ussama, die Ma’an veroverde.
Toen de Umayyaden de controle van de moslim rijk overnamen, floreerde Ma’an, en is tot op de dag van vandaag een belangrijke middelpunt en een rustruimte voor de pelgrims afkomstig uit Syrië en Turkije op hun weg naar Mekka. In 1559, bouwden de Ottomanen het Saraya fort in Ma’an, een rustplaats voor de pelgrims die naar Mekka gingen. In 1902 verbond het Ma’an treinstation zich met de stad Damascus in Syrië en met Medina in de Hijaz. Na de val van Damascus aan de Fransen in 1920 na de Slag van Maysaloon, kwam Emir Abdullah aan in Ma’an, om ondersteuning te verzamelen om de Arabische strijdkrachten te reorganiseren om Syrië terug te vorderen. Op 5 januari 1920, vaardigde hij een verklaring uit om op te roepen tot oorlog tegen de bezetting van Syrië. Later in dat jaar werd een kleine strijdkracht georganiseerd, het Arabische leger, wat later bekend stond als de kern van het Arabische Legioen.
|