The King’s Way is altijd al een handels- en pelgrim’s route geweest. De weg loopt van Heliopolis, Egypte, oostwaarts naar de Sinai woestijn naar Eilat en Aqaba. Noordwaards via de Araba, Petra, Ma’an naar Udruh, Sela en Shawbak. De weg passeert Kerak, het land van Moab naar Madaba, Amman, Jerash, Bosra in Syrië naar Damascus om bij de boven Eufraat aan te komen. De Nabateeërs gebruikten deze weg als een handelsroute van luxe goederen zoals wierook en specerijen uit Zuid-Arabië. Tijdens de Romeinse periode, was de King’s Highway herbouwd door Trajanus en werd de Via Traiana Nova genoemd.
The Highway is ook gebruikt als een belangrijke bedevaartsoord route door christenen, omdat het via de berg Nebo en al-Maghtas (“de doop Site”) bij de rivier de Jordaan loopt, waar Jezus zou zijn gedoopt door Johannes de Doper. Tevens gebruikt door moslims als de belangrijkste hadj route naar Mekka tot de Ottomaanse Turken de Tariq al-Bint (de woestijn snelweg) bouwden in de 16e eeuw. Later werd de Hijaz Railway gebouwd door de Ottomanen van Damascus naar Mekka om een veilige oplossing te bieden voor de islamitische pelgrims naar Mekka, omdat de wegen niet altijd veilig waren tegen die tijd.
|